Controle stationair toerental

OPMERKING:

1.Maak de 2-pins stekker van de brandstoftank ontluchtingsklep (EVAP) los.

2.Sluit een toerenteller (A) aan op de teststekker voor de toerenteller (B), of verbind de HDS of een scanapparaat met de datalinkstekker (DLC) (C) onder het dashboard aan de bestuurderszijde.

 

 

3.Start de motor. Handhaaf het motortoerental op 3.000 omw/min (min-1) onbelast (in parkeer- of vrijstand) totdat de koelventilator aanslaat en laat hem dan stationair draaien.

4.Controleer het stationaire toerental zonder belasting: koplampen, aanjager, achterruitverwarming, koelventilator en airconditioner moeten uit zijn.

Het stationair toerental moet zijn: 
750±50 omw/min (min-1)(in Parkeren of vrijstand) 


5.Laat de motor 1 minuut stationair draaien met de schakelaar van de verwarmingsventilator op HI en de airconditioning aan. Controleer vervolgens het stationaire toerental.

Het stationair toerental moet zijn: 
850±50 omw/min (min-1) (in parkeerstand of neutraal) 


OPMERKING: Als het stationair toerental niet binnen de specificaties valt, de storingstabel raadplegen.

6.Sluit de 2-pins stekker van de brandstoftankontluchtingsklep (EVAP) weer aan.

OPMERKING: U kunt de HDS of het scanapparaat gebruiken om het stationair toerental te controleren.