Storingzoeken in circuit defectsignaleringslampje (MIL)

1.Sluit een scanapparaat/Honda PGM-tester aan.

2.Zet de contactschakelaar AAN (II) en lees de aanduiding van het scanapparaat/Honda PGM-tester.

Is er communicatie tussen het scanapparaat/Honda PGM-tester en de ECM/PCM?


JA - Ga naar 3.


NEE - Ga naar storingzoeken in het ''DLC-circuit.


3.Lees eventuele DTC's af van het scanapparaat/Honda PGM-tester.

Worden DTC's aangegeven?


JA - Ga naar de DTC storingstabel.


NEE - Ga naar 4.


4.Zet de contactschakelaar UIT.

5.Zet de contactschakelaar AAN (II) en kijk naar het storingsindicatielampje (MIL).

Gaat het defectsignaleringslampje (MIL) branden en blijft het aan?


JA - Als het MIL altijd aan gaat en aan blijft, gaat u naar 68. Werkt het MIL daarentegen soms normaal, controleer dan eerst de volgende punten.

  • Een periodieke storing in de draad tussen de ECM/PCM (E29) en de datalinkstekker (DLC) (of de diagnosestekker).
  • Een onregelmatige kortsluiting in de draad tussen de ECM/PCM (E31) en de instrumenteneenheid.


NEE - Als het MIL altijd uit is, gaat u naar 6. Werkt het MIL daarentegen soms normaal, controleer dan eerst de volgende punten.

  • Een losse zekering nr. 16 (7,5 A) in het zekeringen-/relaiskastje onder het dashboard.
  • Een losse zekering nr. 3 (50 A) in het zekeringen-/relaiskastje onder de motorkap.
  • Een losse zekering nr. 20 (15 A) in het zekeringen-/relaiskastje onder het dashboard.
  • Een losse zekering nr. 11 (15 A) in het zekeringen-/relaiskastje onder het dashboard.
  • Een slechte verbinding in de ECM/PCM-aansluiting E31.
  • Een tijdelijke draadbreuk in de GRN/ORN draad tussen de ECM/PCM (E31) en de instrumenteneenheid.
  • Een terugkerende tijdelijke storing in de draad tussen de ECM/PCM (A21) en de inlaatspruitstuk-absolute-druksensor (MAP-sensor), CVT aangedreven poelietoerentalsensor (CVT), CVT-toerentalsensor (CVT).
  • Een periodiek optredende kortsluiting in de draad tussen de ECM/PCM (A20) en de gasklepstandsensor (TP-sensor), EGR-klepstandsensor, CVT-aandrijfpoelietoerentalsensor (CVT).

6.Zet de contactschakelaar UIT.

7.Zet de contactschakelaar AAN (II).

Brandt het controlelampje lage oliedruk?


JA - Ga naar 10.


NEE - Ga naar 8.


8.Controleer zekering nr. 16 (7,5 A) in de zekering/relaiskast onder het dashboard.

Is de zekering in orde?


JA - Ga naar 9.


NEE - Repareer de kortsluiting in de kabel tussen zekering nr. 16 (7,5 A) en de metereenheid. Vervang ook zekering nr. 16 (7,5 A).n


9.Controleer zekering nr. 3 (50 A) in het zekeringen-/relaiskastje onder de motorkap.

Is de zekering in orde?


JA - Repareer de breuk in de kabel tussen zekering nr. 3 (50 A) en de metereenheid. Als de bedrading in orde is, test u de contactschakelaar.n


NEE - Repareer de kortsluiting in de kabel tussen zekering nr. 3 (50 A) en het zekeringen-/relaiskastje. Vervang ook zekering nr. 3 (50 A).n


10.Probeer de motor te starten.

Start de motor?


JA - Ga naar 11.


NEE - Ga naar 14.


11.Zet de contactschakelaar UIT.

12.Verbind stekkeraansluiting E31 van ECM/PCM en carrosseriemassa met hulpdraad.

 

13.Zet de contactschakelaar AAN (II).

Brandt het MIL?


JA - Werk de PCM bij als deze niet de meest recente software heeft, of breng een beslist-goede ECM/PCM aanen controleer vervolgens opnieuw. Als het probleem/de melding verdwijnt bij een gegarandeerd goed werkende ECM/PCM, vervangt u de oorspronkelijke ECM/PCM.n


NEE - Controleer of er een breuk zit in de draad tussen de ECM/PCM (E31) en de instrumenteneenheid. Controleer ook of het MIL-lampje is gesprongen. Als de draden en de gloeilamp in orde zijn, moet de metereenheid worden vervangen.n


14.Zet de contactschakelaar UIT.

15.Controleer zekering nr. 20 (15 A) in de zekering/relaiskast onder het dashboard.

Is de zekering in orde?


JA - Ga naar 23.


NEE - Ga naar 16.


16.Verwijder de doorgebrande zekering Nr. 20 (15 A) in de zekeringen-/relaiskast onder het dashboard.

17.Verwijder de onderafdekking aan de bestuurderszijde.

18.Verwijder de relaishouder (A) uit de zekering-/relaiskast onder het dashboard en verwijder het PGM-FI hoofdrelais 1 (bruin) (B) uit de relaishouder (A), monteer daarna de relaishouder (A) weer in de zekering-/relaiskast onder het dashboard.

 

19.Controleer op doorverbinding tussen de carrosseriemassa en afzonderlijke aansluitingen 2 en 3 van de 4-pins stekker voor PGM-FI hoofdrelais 1.

 

Is er doorverbinding?


JA - Repareer de kortsluiting in de kabel tussen zekering nr. 20 (15 A) en PGM-FI-hoofdrelais 1. Vervang ook de nr. 20 (15 A) zekering.n


NEE - Ga naar 20.

20.Ontkoppel alle onderdelen of de onderstaande stekkersensors. Doe dit een voor een en controleer op doorverbinding tussen aansluiting 1 van de 4-pins stekker van PGM-FI-hoofdrelais 1 en de carrosseriemassa.

  • PGM-FI-hoofdrelais 2
  • Stekker A ECM/PCM (31-pins)
  • 2-pins stekker van iedere injector
  • 3-pins stekker van luchtregelklep bij stationair toerental (IAC-klep)
  • 3-pins stekker van Bovenste-Dode-Punt-sensor (TDC-sensor)
  • 3-pins stekker van krukasstandsensor (CKP)

 

Is er doorverbinding?


JA - Ga naar 21.


NEE - Vervang het onderdeel dat doorverbinding met carrosseriemassa ophief toen het werd losgemaakt. Als het onderdeel de ECM /PCM is, update de ECM/PCM als deze niet de meest recente software heeft, of monteer een beslist-goede ECM/PCM en controleer opnieuw. Als het symptoom/de indicatie verdwijnt met een beslist-goede ECM/PCM, vervang dan de originele ECM/PCM.
.Vervang ook de zekering nr. 20 (15A).n


21.Maak de stekkers van de volgende onderdelen los.

  • PGM-FI-hoofdrelais 2
  • Stekker A ECM/PCM (31-pins)
  • Injectors
  • Klep voor cilindervullingsregeling bij stationair toerental (IAC)
  • Sensor bovenste dode punt (TDC-sensor)
  • Krukasstandsensor (CKP)

22.Controleer op doorverbinding tussen aansluiting 1 van de 4-pins stekker van PGM-FI-hoofdrelais 1 en de carrosseriemassa.

 

Is er doorverbinding?


JA - Kortsluiting repareren in de draad tussen PGM-FI hoofdrelais 1 en elk onderdeel. Vervang ook zekering nr. 20 (15 A).n


NEE - Vervang PGM-FI-hoofdrelais 1. Vervang ook zekering nr. 20 (15 A).n


23.Controleer zekering nr. 11 (15 A) in de zekering/relaiskast onder het dashboard.

Is de zekering in orde?


JA - Ga naar 34.


NEE - Ga naar 24.


24.Verwijder de doorgebrande zekering Nr. 11 (15 A) in de zekeringen-/relaiskast onder het dashboard.

25.Maak ECM/PCM-stekker E (31-pins) los.

26.Controleer de doorverbinding tussen stekkeraansluiting E9 van ECM/PCM en carrosseriemassa.

 

Is er doorverbinding?


JA - Ga naar 27.


NEE - Vervang zekering Nr. 11 (15A) en update de ECM/PCM als deze niet de meest recente software heeft, of monteer een beslist-goede ECM/PCM en controleer opnieuw. Als het probleem/de melding verdwijnt bij een gegarandeerd goed werkende ECM/PCM, vervangt u de oorspronkelijke ECM/PCM.n


27.Verwijder de onderafdekking aan de bestuurderszijde.

28.Verwijder de relaishouder (A) vanuit de zekering-/relaiskast onder het dashboard en verwijder het PGM-FI hoofdrelais 2 (blauw) (B) uit de relaishouder (A), monteer daarna de relaishouder (A) weer in de zekering-/relaiskast onder het dashboard.

 

29.Controleer de doorverbinding tussen stekkeraansluiting E9 van ECM/PCM en carrosseriemassa.

 

Is er doorverbinding?


JA - Repareer de kortsluiting in de kabel tussen zekering nr. 11 (15 A) en de ECM/PCM (E 9) of zekering nr. 11 (15 A) en PGM-FI-hoofdrelais 2. Vervang ook zekering nr. 11 (15A).n


NEE - Ga naar 30.


30.Maak de 5-pins stekker van de brandstofpomp los.

31.Controleer op doorverbinding tussen aansluiting nr. 5 van de 5-pins stekker van de brandstofpomp en de carrosseriemassa.

 

Is er doorverbinding?


JA - Repareer de kortsluiting in de draad tussen de brandstofpomp en het hoofdrelais w van de PGM-FI. Vervang ook zekering nr. 11 (15 A).n


NEE - Ga naar 32.


32.Plaats het PGM-FI-hoofdrelais 2 (A) weer terug.

 

33.Controleer op doorverbinding tussen aansluiting nr. 5 van de 5-pins stekker van de brandstofpomp en de carrosseriemassa.

 

Is er doorverbinding?


JA - Vervang PGM-FI-hoofdrelais 2. Vervang ook zekering nr. 11 (15 A).n


NEE - Controleer de brandstofpomp en vervang deze zo nodig. Vervang ook zekering nr. 11 (15 A).n


34.Maak ECM/PCM-stekker E (31-pins) los.

35.Zet de contactschakelaar AAN (II).

36.Meet de spanning tussen ECM-stekkeraansluitingen E29 en carrosseriemassa.

 

Is er accuspanning?


JA - Ga naar 37.


NEE - Repareer de breuk in de kabel tussen zekering nr. 11 (15 A) en de ECM/PCM (E9).n

37.Zet de contactschakelaar UIT.

38.Meet de spanning tussen ECM/PCM-stekkeraansluiting E7 en de carrosseriemassa.

 

Is er accuspanning?


JA - Ga naar 43.


NEE - Ga naar 39.


39.Verwijder de onderafdekking aan de bestuurderszijde.

40.Verwijder de relaishouder (A) uit de zekering-/relaiskast onder het dashboard en verwijder het PGM-FI hoofdrelais 1 (doorgebrand) (B) uit de relaishouder (A), monteer daarna de relaishouder (A) weer in de zekering-/relaiskast onder het dashboard.

 

41.Meet de spanning tussen aansluiting 3 van de 4-pins stekker van PGM-FI-hoofdrelais 1 en de carrosseriemassa.

 

Is er accuspanning?


JA - Ga naar 42.


NEE - Repareer de breuk in de draad tussen zekering nr. 20 (15 A) en de PGM-FI hoofd- relais 1.n


42.Controleer de doorverbinding tussen aansluiting 4 van de 4-pins stekker van PGM-FI-hoofdrelais 1 en de stekkeraansluiting E7 van de ECM/PCM.

 

Is er doorverbinding?


JA - Test PGM-FI-hoofdrelais 1. Als het relais in orde is, update dan de ECM/PCM als deze niet de meest recente software heeft, of monteer een beslist-goede ECM/PCM en controleer opnieuw. Als het probleem/de melding verdwijnt bij een gegarandeerd goed werkende ECM/PCM, vervangt u de oorspronkelijke ECM/PCM.n


NEE - Repareer de draadbreuk in de draad tussen PGM-FI-hoofdrelais 1 en de ECM/PCM (E7).n

43.Maak ECM-stekker E (31-pins) weer vast.

44.Zet de contactschakelaar AAN (II).

45.Meet de spanning tussen carrosseriemassa en ECM/PCM-stekkeraansluitingen A2 en A3 afzonderlijk.

 

Is er accuspanning?


JA - Ga naar 53.


NEE - Ga naar 46.


46.Zet de contactschakelaar UIT.

47.Verwijder de onderafdekking aan de bestuurderszijde.

48.Verwijder de relaishouder (A) uit de zekering-/relaiskast onder het dashboard en verwijder het PGM-FI hoofdrelais 1 (bruin) (B) uit de relaishouder (A), monteer daarna de relaishouder (A) weer in de zekering-/relaiskast onder het dashboard.

 

49.Zet de contactschakelaar AAN (II).

50.Meet de spanning tussen aansluiting 2 van de 4-pins stekker van PGM-FI-hoofdrelais 1 en de carrosseriemassa.

 

Is er accuspanning?


JA - Ga naar 51.


NEE - Repareer de breuk in de draad tussen zekering nr. 20 (15 A) en de PGM-FI hoofd- relais 1.n


51.Zet de contactschakelaar UIT.

52.Controleer de doorverbinding tussen aansluiting 1 van de 4-pins stekker van PGM-FI-hoofdrelais 1 en de stekkeraansluitingen A2 en A3 van de ECM/PCM afzonderlijk.

 

Is er doorverbinding?


JA - Vervang PGM-FI-hoofdrelais 1.n


NEE - Draadbreuk repareren in de draad tussen PGM-FI hoofdrelais 1 en de ECM/PCM (A2, A3).n

53.Meet de spanning tussen carrosseriemassa en ECM/PCM-stekkeraansluitingen A4, A5, A23 en A24 afzonderlijk.

 

Is de spanning minder dan 0,2 V?


JA - Repareer de breuk in de draad/draden die meer dan 0,2 V hadden tussen G101 en ECM/PCM (A4, A5, A23, A24).n


NEE - Ga naar 54.


54.Meet de spanning tussen carrosseriemassa en ECM/PCM-stekkeraansluitingen A21.

 

Is er ongeveer 5 V?


JA - Ga naar 61.


NEE - Ga naar 55.

55.Zet de contactschakelaar UIT.

56.Maak de 3-pins stekker van al deze sensoren een voor een los en meet de spanning tussen carrosseriemassa en ECM/PCM stekkeraansluiting A21 met de contactschakelaar AAN (II).

  • Sensor absolute luchtdruk inlaatspruitstuk (MAP)
  • CVT snelheidssensor van aangedreven poelie (CVT)
  • CVT-snelheidssensor (CVT)

 

Is er ongeveer 5 V?


JA - Vervang de sensor die 5 V herstelde toen hij los werd gekoppeld.n


NEE - Ga naar 57.


57.Zet de contactschakelaar UIT.

58.Maak de 3-pins stekkers van de volgende sensoren los.

  • Sensor absolute luchtdruk inlaatspruitstuk (MAP)
  • CVT snelheidssensor van aangedreven poelie (CVT)
  • CVT-snelheidssensor (CVT)

59.Maak de ECM/PCM-stekker A (31-pins) los.

60.Controleer de doorverbinding tussen stekkeraansluiting A21 van ECM/PCM en carrosseriemassa.

 

Is er doorverbinding?


JA - Repareer de kortsluiting in de draad tussen ECM/PCM (A21) en de  MAP-sensor, CVT-snelheidssensor (CVT) of  CVT-snelheidssensor (CVT).n


NEE - Werk de PCM bij als deze niet de meest recente software heeft, of breng een beslist-goede ECM/PCM aanen controleer vervolgens opnieuw. Als het probleem/de melding verdwijnt bij een gegarandeerd goed werkende ECM/PCM, vervangt u de oorspronkelijke ECM/PCM.n


61.Meet de spanning tussen carrosseriemassa en ECM/PCM-stekkeraansluitingen A20.

 

Is er ongeveer 5 V?


JA - Werk de PCM bij als deze niet de meest recente software heeft, of breng een beslist-goede ECM/PCM aanen controleer vervolgens opnieuw. Als het probleem/de melding verdwijnt bij een gegarandeerd goed werkende ECM/PCM, vervangt u de oorspronkelijke ECM/PCM.n


NEE - Ga naar 62.

62.Zet de contactschakelaar UIT.

63.Maak de 3-pins stekker van al deze sensoren een voor een los en meet de spanning tussen carrosseriemassa en ECM/PCM stekkeraansluiting A20 met de contactschakelaar AAN (II).

  • Gasklepstandsensor (TP-sensor)
  • EGR klepstandsensor
  • CVT snelheidssensor van aandrijfpoelie (CVT)

 

Is er ongeveer 5 V?


JA - Vervang de sensor die 5 V herstelde toen hij los werd gekoppeld.n


NEE - Ga naar 64.


64.Zet de contactschakelaar UIT.

65.Maak de 3-pins stekkers van de volgende sensoren los.

  • Gasklepstandsensor (TP-sensor)
  • EGR klepstandsensor
  • CVT snelheidssensor van aandrijfpoelie (CVT)

66.Maak de ECM/PCM-stekker A (31-pins) los.

67.Controleer de doorverbinding tussen stekkeraansluiting A20 van ECM/PCM en de carrosseriemassa.

 

Is er doorverbinding?


JA - Repareer de kortsluiting in de draad tussen de ECM/PCM (A20) en de TP-sensor, EGR klephoeksensor of de CVT  snelheidssensor van de aandrijfpoelie (CVT).n


NEE - Werk de PCM bij als deze niet de meest recente software heeft, of breng een beslist-goede ECM/PCM aanen controleer vervolgens opnieuw. Als het probleem/de melding verdwijnt bij een gegarandeerd goed werkende ECM/PCM, vervangt u de oorspronkelijke ECM/PCM.n


68.Zet de contactschakelaar UIT.

69.Zet de contactschakelaar AAN (II).

70.Meet de spanning tussen ECM/PCM-stekker aansluiting E29 en de carrosseriemassa.

 

Is de spanning ongeveer 5 V (of accuspanning)?


JA - Ga naar 74.


NEE - Ga naar 71.


71.Zet de contactschakelaar UIT.

72.Maak de ECM/PCM-stekker E (31-pins) los.

73.Controleer de doorverbinding tussen stekker E29 van ECM/PCM en carrosseriemassa.

 

Is er doorverbinding?


JA - Kortsluiting repareren in de draad tussen de datalinkstekker (of de servicestekker) en de ECM/PCM (E29).n


NEE - Werk de PCM bij als deze niet de meest recente software heeft, of breng een beslist-goede ECM/PCM aanen controleer vervolgens opnieuw. Als het probleem/de melding verdwijnt bij een gegarandeerd goed werkende ECM/PCM, vervangt u de oorspronkelijke ECM/PCM.n


74.Zet de contactschakelaar UIT.

75.Maak de ECM/PCM-stekker E (31-pins) los.

76.Zet de contactschakelaar AAN (II).

Is het waarschuwingslampje (MIL) aan?


JA - Repareer de kortsluiting in de draad tussen de instrumenteneenheid en de ECM/PCM (E31). Als de bedrading in orde is, vervangt u het instrumentenpaneel.n


NEE - Werk de PCM bij als deze niet de meest recente software heeft, of breng een beslist-goede ECM/PCM aanen controleer vervolgens opnieuw. Als het probleem/de melding verdwijnt bij een gegarandeerd goed werkende ECM/PCM, vervangt u de oorspronkelijke ECM/PCM.n