| 1. | Sluit een scanapparaat/Honda PGM-tester aan. |
| 2. | Zet de contactschakelaar AAN (II) en lees de aanduiding van het scanapparaat/Honda PGM-tester. Is er communicatie tussen het scanapparaat/Honda PGM-tester en de ECM/PCM? JA - Ga naar 3. NEE - Ga naar storingzoeken in het ''DLC-circuit. |
| 3. | Lees eventuele DTC's af van het scanapparaat/Honda PGM-tester. Worden DTC's aangegeven? JA - Ga naar de DTC storingstabel. NEE - Ga naar 4. |
| 4. | Zet de contactschakelaar UIT. |
| 5. | Zet de contactschakelaar AAN (II) en kijk naar het storingsindicatielampje (MIL). Gaat het defectsignaleringslampje (MIL) branden en blijft het aan? JA - Als het MIL altijd aan gaat en aan blijft, gaat u naar 68. Werkt het MIL daarentegen soms normaal, controleer dan eerst de volgende punten.
NEE - Als het MIL altijd uit is, gaat u naar 6. Werkt het MIL daarentegen soms normaal, controleer dan eerst de volgende punten.
|
| 6. | Zet de contactschakelaar UIT. |
| 7. | Zet de contactschakelaar AAN (II). Brandt het controlelampje lage oliedruk? JA - Ga naar 10. NEE - Ga naar 8. |
| 8. | Controleer zekering nr. 16 (7,5 A) in de zekering/relaiskast onder het dashboard. Is de zekering in orde? JA - Ga naar 9. NEE - Repareer de kortsluiting in de kabel tussen zekering nr. 16 (7,5 A) en de metereenheid. Vervang ook zekering nr. 16 (7,5 A).n |
| 9. | Controleer zekering nr. 3 (50 A) in het zekeringen-/relaiskastje onder de motorkap. Is de zekering in orde? JA - Repareer de breuk in de kabel tussen zekering nr. 3 (50 A) en de metereenheid. Als de bedrading in orde is, test u de contactschakelaar.n NEE - Repareer de kortsluiting in de kabel tussen zekering nr. 3 (50 A) en het zekeringen-/relaiskastje. Vervang ook zekering nr. 3 (50 A).n |
| 10. | Probeer de motor te starten. Start de motor? JA - Ga naar 11. NEE - Ga naar 14. |
| 11. | Zet de contactschakelaar UIT. |
| 12. | Verbind stekkeraansluiting E31 van ECM/PCM en carrosseriemassa met hulpdraad.
|
| 13. | Zet de contactschakelaar AAN (II). Brandt het MIL? JA - Werk de PCM bij als deze niet de meest recente software heeft, of breng een beslist-goede ECM/PCM aanen controleer vervolgens opnieuw. Als het probleem/de melding verdwijnt bij een gegarandeerd goed werkende ECM/PCM, vervangt u de oorspronkelijke ECM/PCM.n NEE - Controleer of er een breuk zit in de draad tussen de ECM/PCM (E31) en de instrumenteneenheid. Controleer ook of het MIL-lampje is gesprongen. Als de draden en de gloeilamp in orde zijn, moet de metereenheid worden vervangen.n |
| 14. | Zet de contactschakelaar UIT. |
| 15. | Controleer zekering nr. 20 (15 A) in de zekering/relaiskast onder het dashboard. Is de zekering in orde? JA - Ga naar 23. NEE - Ga naar 16. |
| 16. | Verwijder de doorgebrande zekering Nr. 20 (15 A) in de zekeringen-/relaiskast onder het dashboard. |
| 17. | Verwijder de onderafdekking aan de bestuurderszijde. |
| 18. | Verwijder de relaishouder (A) uit de zekering-/relaiskast onder het dashboard en verwijder het PGM-FI hoofdrelais 1 (bruin) (B) uit de relaishouder (A), monteer daarna de relaishouder (A) weer in de zekering-/relaiskast onder het dashboard.
|
| 19. | Controleer op doorverbinding tussen de carrosseriemassa en afzonderlijke aansluitingen 2 en 3 van de 4-pins stekker voor PGM-FI hoofdrelais 1.
Is er doorverbinding? JA - Repareer de kortsluiting in de kabel tussen zekering nr. 20 (15 A) en PGM-FI-hoofdrelais 1. Vervang ook de nr. 20 (15 A) zekering.n NEE - Ga naar 20. |
| 20. | Ontkoppel alle onderdelen of de onderstaande stekkersensors. Doe dit een voor een en controleer op doorverbinding tussen aansluiting 1 van de 4-pins stekker van PGM-FI-hoofdrelais 1 en de carrosseriemassa.
Is er doorverbinding? JA - Ga naar 21. NEE - Vervang het onderdeel dat doorverbinding met carrosseriemassa ophief toen het werd losgemaakt. Als het onderdeel de ECM /PCM is, update de ECM/PCM als deze niet de meest recente software heeft, of monteer een beslist-goede ECM/PCM en controleer opnieuw. Als het symptoom/de indicatie verdwijnt met een beslist-goede ECM/PCM, vervang dan de originele ECM/PCM. |
| 21. | Maak de stekkers van de volgende onderdelen los.
|
| 22. | Controleer op doorverbinding tussen aansluiting 1 van de 4-pins stekker van PGM-FI-hoofdrelais 1 en de carrosseriemassa.
Is er doorverbinding? JA - Kortsluiting repareren in de draad tussen PGM-FI hoofdrelais 1 en elk onderdeel. Vervang ook zekering nr. 20 (15 A).n NEE - Vervang PGM-FI-hoofdrelais 1. Vervang ook zekering nr. 20 (15 A).n |
| 23. | Controleer zekering nr. 11 (15 A) in de zekering/relaiskast onder het dashboard. Is de zekering in orde? JA - Ga naar 34. NEE - Ga naar 24. |
| 24. | Verwijder de doorgebrande zekering Nr. 11 (15 A) in de zekeringen-/relaiskast onder het dashboard. |
| 25. | Maak ECM/PCM-stekker E (31-pins) los. |
| 26. | Controleer de doorverbinding tussen stekkeraansluiting E9 van ECM/PCM en carrosseriemassa.
Is er doorverbinding? JA - Ga naar 27. NEE - Vervang zekering Nr. 11 (15A) en update de ECM/PCM als deze niet de meest recente software heeft, of monteer een beslist-goede ECM/PCM en controleer opnieuw. Als het probleem/de melding verdwijnt bij een gegarandeerd goed werkende ECM/PCM, vervangt u de oorspronkelijke ECM/PCM.n |
| 27. | Verwijder de onderafdekking aan de bestuurderszijde. |
| 28. | Verwijder de relaishouder (A) vanuit de zekering-/relaiskast onder het dashboard en verwijder het PGM-FI hoofdrelais 2 (blauw) (B) uit de relaishouder (A), monteer daarna de relaishouder (A) weer in de zekering-/relaiskast onder het dashboard.
|
| 29. | Controleer de doorverbinding tussen stekkeraansluiting E9 van ECM/PCM en carrosseriemassa.
Is er doorverbinding? JA - Repareer de kortsluiting in de kabel tussen zekering nr. 11 (15 A) en de ECM/PCM (E 9) of zekering nr. 11 (15 A) en PGM-FI-hoofdrelais 2. Vervang ook zekering nr. 11 (15A).n NEE - Ga naar 30. |
| 30. | Maak de 5-pins stekker van de brandstofpomp los. |
| 31. | Controleer op doorverbinding tussen aansluiting nr. 5 van de 5-pins stekker van de brandstofpomp en de carrosseriemassa.
Is er doorverbinding? JA - Repareer de kortsluiting in de draad tussen de brandstofpomp en het hoofdrelais w van de PGM-FI. Vervang ook zekering nr. 11 (15 A).n NEE - Ga naar 32. |
| 32. | Plaats het PGM-FI-hoofdrelais 2 (A) weer terug.
|
| 33. | Controleer op doorverbinding tussen aansluiting nr. 5 van de 5-pins stekker van de brandstofpomp en de carrosseriemassa.
Is er doorverbinding? JA - Vervang PGM-FI-hoofdrelais 2. Vervang ook zekering nr. 11 (15 A).n NEE - Controleer de brandstofpomp en vervang deze zo nodig. Vervang ook zekering nr. 11 (15 A).n |
| 34. | Maak ECM/PCM-stekker E (31-pins) los. |
| 35. | Zet de contactschakelaar AAN (II). |
| 36. | Meet de spanning tussen ECM-stekkeraansluitingen E29 en carrosseriemassa.
Is er accuspanning? JA - Ga naar 37. NEE - Repareer de breuk in de kabel tussen zekering nr. 11 (15 A) en de ECM/PCM (E9).n |
| 37. | Zet de contactschakelaar UIT. |
| 38. | Meet de spanning tussen ECM/PCM-stekkeraansluiting E7 en de carrosseriemassa.
Is er accuspanning? JA - Ga naar 43. NEE - Ga naar 39. |
| 39. | Verwijder de onderafdekking aan de bestuurderszijde. |
| 40. | Verwijder de relaishouder (A) uit de zekering-/relaiskast onder het dashboard en verwijder het PGM-FI hoofdrelais 1 (doorgebrand) (B) uit de relaishouder (A), monteer daarna de relaishouder (A) weer in de zekering-/relaiskast onder het dashboard.
|
| 41. | Meet de spanning tussen aansluiting 3 van de 4-pins stekker van PGM-FI-hoofdrelais 1 en de carrosseriemassa.
Is er accuspanning? JA - Ga naar 42. NEE - Repareer de breuk in de draad tussen zekering nr. 20 (15 A) en de PGM-FI hoofd- relais 1.n |
| 42. | Controleer de doorverbinding tussen aansluiting 4 van de 4-pins stekker van PGM-FI-hoofdrelais 1 en de stekkeraansluiting E7 van de ECM/PCM.
Is er doorverbinding? JA - Test PGM-FI-hoofdrelais 1. Als het relais in orde is, update dan de ECM/PCM als deze niet de meest recente software heeft, of monteer een beslist-goede ECM/PCM en controleer opnieuw. Als het probleem/de melding verdwijnt bij een gegarandeerd goed werkende ECM/PCM, vervangt u de oorspronkelijke ECM/PCM.n NEE - Repareer de draadbreuk in de draad tussen PGM-FI-hoofdrelais 1 en de ECM/PCM (E7).n |
| 43. | Maak ECM-stekker E (31-pins) weer vast. |
| 44. | Zet de contactschakelaar AAN (II). |
| 45. | Meet de spanning tussen carrosseriemassa en ECM/PCM-stekkeraansluitingen A2 en A3 afzonderlijk.
Is er accuspanning? JA - Ga naar 53. NEE - Ga naar 46. |
| 46. | Zet de contactschakelaar UIT. |
| 47. | Verwijder de onderafdekking aan de bestuurderszijde. |
| 48. | Verwijder de relaishouder (A) uit de zekering-/relaiskast onder het dashboard en verwijder het PGM-FI hoofdrelais 1 (bruin) (B) uit de relaishouder (A), monteer daarna de relaishouder (A) weer in de zekering-/relaiskast onder het dashboard.
|
| 49. | Zet de contactschakelaar AAN (II). |
| 50. | Meet de spanning tussen aansluiting 2 van de 4-pins stekker van PGM-FI-hoofdrelais 1 en de carrosseriemassa.
Is er accuspanning? JA - Ga naar 51. NEE - Repareer de breuk in de draad tussen zekering nr. 20 (15 A) en de PGM-FI hoofd- relais 1.n |
| 51. | Zet de contactschakelaar UIT. |
| 52. | Controleer de doorverbinding tussen aansluiting 1 van de 4-pins stekker van PGM-FI-hoofdrelais 1 en de stekkeraansluitingen A2 en A3 van de ECM/PCM afzonderlijk.
Is er doorverbinding? JA - Vervang PGM-FI-hoofdrelais 1.n NEE - Draadbreuk repareren in de draad tussen PGM-FI hoofdrelais 1 en de ECM/PCM (A2, A3).n |
| 53. | Meet de spanning tussen carrosseriemassa en ECM/PCM-stekkeraansluitingen A4, A5, A23 en A24 afzonderlijk.
Is de spanning minder dan 0,2 V? JA - Repareer de breuk in de draad/draden die meer dan 0,2 V hadden tussen G101 en ECM/PCM (A4, A5, A23, A24).n NEE - Ga naar 54. |
| 54. | Meet de spanning tussen carrosseriemassa en ECM/PCM-stekkeraansluitingen A21.
Is er ongeveer 5 V? JA - Ga naar 61. NEE - Ga naar 55. |
| 55. | Zet de contactschakelaar UIT. |
| 56. | Maak de 3-pins stekker van al deze sensoren een voor een los en meet de spanning tussen carrosseriemassa en ECM/PCM stekkeraansluiting A21 met de contactschakelaar AAN (II).
Is er ongeveer 5 V? JA - Vervang de sensor die 5 V herstelde toen hij los werd gekoppeld.n NEE - Ga naar 57. |
| 57. | Zet de contactschakelaar UIT. |
| 58. | Maak de 3-pins stekkers van de volgende sensoren los.
|
| 59. | Maak de ECM/PCM-stekker A (31-pins) los. |
| 60. | Controleer de doorverbinding tussen stekkeraansluiting A21 van ECM/PCM en carrosseriemassa.
Is er doorverbinding? JA - Repareer de kortsluiting in de draad tussen ECM/PCM (A21) en de MAP-sensor, CVT-snelheidssensor (CVT) of CVT-snelheidssensor (CVT).n NEE - Werk de PCM bij als deze niet de meest recente software heeft, of breng een beslist-goede ECM/PCM aanen controleer vervolgens opnieuw. Als het probleem/de melding verdwijnt bij een gegarandeerd goed werkende ECM/PCM, vervangt u de oorspronkelijke ECM/PCM.n |
| 61. | Meet de spanning tussen carrosseriemassa en ECM/PCM-stekkeraansluitingen A20.
Is er ongeveer 5 V? JA - Werk de PCM bij als deze niet de meest recente software heeft, of breng een beslist-goede ECM/PCM aanen controleer vervolgens opnieuw. Als het probleem/de melding verdwijnt bij een gegarandeerd goed werkende ECM/PCM, vervangt u de oorspronkelijke ECM/PCM.n NEE - Ga naar 62. |
| 62. | Zet de contactschakelaar UIT. |
| 63. | Maak de 3-pins stekker van al deze sensoren een voor een los en meet de spanning tussen carrosseriemassa en ECM/PCM stekkeraansluiting A20 met de contactschakelaar AAN (II).
Is er ongeveer 5 V? JA - Vervang de sensor die 5 V herstelde toen hij los werd gekoppeld.n NEE - Ga naar 64. |
| 64. | Zet de contactschakelaar UIT. |
| 65. | Maak de 3-pins stekkers van de volgende sensoren los.
|
| 66. | Maak de ECM/PCM-stekker A (31-pins) los. |
| 67. | Controleer de doorverbinding tussen stekkeraansluiting A20 van ECM/PCM en de carrosseriemassa.
Is er doorverbinding? JA - Repareer de kortsluiting in de draad tussen de ECM/PCM (A20) en de TP-sensor, EGR klephoeksensor of de CVT snelheidssensor van de aandrijfpoelie (CVT).n NEE - Werk de PCM bij als deze niet de meest recente software heeft, of breng een beslist-goede ECM/PCM aanen controleer vervolgens opnieuw. Als het probleem/de melding verdwijnt bij een gegarandeerd goed werkende ECM/PCM, vervangt u de oorspronkelijke ECM/PCM.n |
| 68. | Zet de contactschakelaar UIT. |
| 69. | Zet de contactschakelaar AAN (II). |
| 70. | Meet de spanning tussen ECM/PCM-stekker aansluiting E29 en de carrosseriemassa.
Is de spanning ongeveer 5 V (of accuspanning)? JA - Ga naar 74. NEE - Ga naar 71. |
| 71. | Zet de contactschakelaar UIT. |
| 72. | Maak de ECM/PCM-stekker E (31-pins) los. |
| 73. | Controleer de doorverbinding tussen stekker E29 van ECM/PCM en carrosseriemassa.
Is er doorverbinding? JA - Kortsluiting repareren in de draad tussen de datalinkstekker (of de servicestekker) en de ECM/PCM (E29).n NEE - Werk de PCM bij als deze niet de meest recente software heeft, of breng een beslist-goede ECM/PCM aanen controleer vervolgens opnieuw. Als het probleem/de melding verdwijnt bij een gegarandeerd goed werkende ECM/PCM, vervangt u de oorspronkelijke ECM/PCM.n |
| 74. | Zet de contactschakelaar UIT. |
| 75. | Maak de ECM/PCM-stekker E (31-pins) los. |
| 76. | Zet de contactschakelaar AAN (II). Is het waarschuwingslampje (MIL) aan? JA - Repareer de kortsluiting in de draad tussen de instrumenteneenheid en de ECM/PCM (E31). Als de bedrading in orde is, vervangt u het instrumentenpaneel.n NEE - Werk de PCM bij als deze niet de meest recente software heeft, of breng een beslist-goede ECM/PCM aanen controleer vervolgens opnieuw. Als het probleem/de melding verdwijnt bij een gegarandeerd goed werkende ECM/PCM, vervangt u de oorspronkelijke ECM/PCM.n |