| 1. | Draai de contactschakelaar AAN (II) en controleer of andere controlelampjes aan gaan (remsysteem, etc). Gaan de andere controlelampjes aan? JA - Ga naar 2. NEE - Ga naar 8. |
| 2. | Zet de contactschakelaar UIT en maak vervolgens de C2-stekker (A) en C1-stekker (B) los van de metereenheid.
|
| 3. | Controleer de weerstand tussen klem nr. 9 van de stekker C2 en carrosseriemassa. De weerstand moet 0-1,0W bedragen.
Is de weerstand zoals afgebeeld? JA - Ga naar 4. NEE - Draadbreuk in de BLK draad van de dashboardkabelboom of defecte aansluitklem carrosseriemassa (G401). Als de aansluiting van de carrosseriemassa in orde is, vervang dan de dashboardkabelboom.n |
| 4. | Controleer de spanning tussen aansluiting nr. 27 van de stekker C1 en de carrosseriemassa binnen 6 seconden nadat de contactschakelaar werd ingeschakeld (AAN, II). Er moet 8,5 V of minder voorhanden zijn.
Is de spanning zoals afgebeeld? JA - Defect circuit van het SRS-controlelampje in het instrumentenpaneel; vervang het instrumentenpaneel.n NEE - Ga naar 5. |
| 5. | Zet de contactschakelaar UIT. |
| 6. | Maak de U1o-stekker (A) los van de SRS-eenheid.
|
| 7. | Sluit een voltmeter aan tussen de aansluitklem nr. 27 (+) van de C1-connector en carrosseriemassa. Zet de contactschakelaar AAN (II) en meet de spanning. Er moet 0,5 V of minder voorhanden zijn.
Is de spanning zoals afgebeeld? JA - Defecte SRS-eenheid; vervang de SRS-eenheid.n NEE - Kortsluiting aan voeding in de PNK-draad van de dashboardkabelboom of in de vloerkabelboom; vervang de defecte kabelboom.n |
| 8. | Zet de contactschakelaar UIT. Controleer zekering nr. 16 ( 7,5A) in het zekering-/relaiskastje onder het dashboard. Is zekering nr. 16 (7,5A) gesprongen? JA - Ga naar 11. NEE - Ga naar 9. |
| 9. | Maak de C2-stekker (A) los van de metereenheid.
|
| 10. | Verbind een voltmeter tussen klem nr. 2 van de stekker C2 en carrosseriemassa. Zet de contactschakelaar AAN (II) en meet de spanning. Er moet accuspanning zijn.
Is er accuspanning? JA - Defect circuit van het SRS-controlelampje in het instrumentenpaneel of een slecht contact aan de 20-pins stekker B van het instrumentenpaneel en het instrumentenpaneel; als de verbinding in orde is, vervang dan het instrumenten paneel.n NEE - Draadbreuk in de zekeringslijn nr. 16 (7,5 A) in de zekering/relaiskast onder het dashboard of draadbreuk in de YEL-draad van de dashboardkabelboom. Is de zekering-/relaiskast onder dashboard in orde, dan de defecte kabelboom vervangen.n |
| 11. | Vervang zekering nr. 16 (7,5A) en controleer of het SRS-controlelampje begint te branden. Gaat het SRS-controlelampje branden? JA - Het systeem werkt nu goed.n NEE - Repareer de kortsluiting met massa in de zekeringlijn nr. 16 (7,5 A) in de zekering/relaiskast onder het dashboard.n |
| 1. | Wis het DTC-geheugen. Gaat het SRS-controlelampje uit als het DTC-geheugen wordt gewist? JA - Ga naar 42. NEE - Ga naar 2. |
| 2. | Controleer zekering nr. 15 (10A) in het zekering-/relaiskastje onder het dashboard. Is de zekering in orde? JA - Ga naar 19. NEE - Ga naar 3. |
| 3. | Vervang zekering nr. 15 (10A) in de zekering/relaiskast onder het dashboard. |
| 4. | Zet de contactschakelaar AAN (II) en wacht 30 seconden. Zet de contactschakelaar vervolgens UIT. |
| 5. | Controleer zekering nr. 15 (10A) in het zekering-/relaiskastje onder het dashboard. Is de zekering in orde? JA - Het systeem werkt nu goed.n NEE - Ga naar 6. |
| 6. | Vervang zekering nr. 15 (10A) in de zekering/relaiskast onder het dashboard. |
| 7. | Maak de negatieve accukabel los en wacht 3 minuten. |
| 8. | Maak de D1o-stekker (A) los.
|
| 9. | Maak de P1o-stekker los (A).
|
| 10. | Maak de TL1o- en TR1o-stekkers (A) los.
|
| 11. | Maak de U1o-stekker (A) los van de SRS-eenheid.
|
| 12. | Sluit de negatieve accukabel weer aan. |
| 13. | Zet de contactschakelaar AAN (II) en wacht 30 seconden. Zet de contactschakelaar vervolgens UIT. |
| 14. | Controleer zekering nr. 15 (10A) in het zekering-/relaiskastje onder het dashboard. Is de zekering in orde? JA - Kortsluiting aan massa in de SRS-eenheid; vervang de SRS-eenheid.n NEE - Ga naar 15. |
| 15. | Vervang zekering nr. 15 (10A) in de zekering/relaiskast onder het dashboard. |
| 16. | Maak de F1o-stekker (A) los van de zekering/relaiskast onder het dashboard (B).
|
| 17. | Zet de contactschakelaar AAN (II) en wacht 30 seconden. Zet de contactschakelaar vervolgens UIT. |
| 18. | Controleer zekering nr. 15 (10A) in het zekering-/relaiskastje onder het dashboard. Is de zekering in orde? JA - Kortsluiting aan massa in dashboardkabelboom; vervang de dashboardkabel boom.n. NEE - Kortsluiting met massa in zekeringlijn nr. 15 (10 A) in de zekering/relaiskast onder het dashboard; vervang of repareer de zekering/relaiskast onder het dashboard.n |
| 19. | Maak de negatieve accukabel los en wacht 3 minuten. |
| 20. | Maak de D1o-stekker (A) los.
|
| 21. | Maak de P1o-stekker los (A).
|
| 22. | Maak de TL1o- en TR1o-stekkers (A) los.
|
| 23. | Maak de U1o-stekker (A) los van de SRS-eenheid.
|
| 24. | Sluit de negatieve accukabel weer aan. |
| 25. | Verbind een voltmeter tussen klem nr. 18 van de stekker U1o en carrosseriemassa. Zet de contactschakelaar AAN (II) en meet de spanning. Er moet accuspanning zijn.
Is er accuspanning? JA - Ga naar 29. NEE - Ga naar 26. |
| 26. | Zet de contactschakelaar UIT. |
| 27. | Maak de F1o-stekker (A) los van de zekering/relaiskast onder het dashboard (B).
|
| 28. | Meet de weerstand tussen aansluiting nr. 18 van de U1o stekker en aansluiting nr. 2 van de F1o stekker. De weerstand moet 0-1,0 W bedragen.
Is de weerstand zoals afgebeeld? JA - Draadbreuk in de zekering/relaiskast onder het dashboard of slecht contact aan de F1o-stekker; controleer de verbinding. Is de verbinding in orde, dan de defecte zekering-/relaiskast onder dashboard vervangen.n NEE - Draadbreuk in dashboardkabelboom; vervang dashboardkabelboom.n |
| 29. | Zet de contactschakelaar UIT. |
| 30. | Verbind aansluitklem nr. 18 en aansluitklem nr. 19 van de U1o-stekker met een hulpdraad.
|
| 31. | Zet de contactschakelaar AAN (II). |
| 32. | Controleer het SRS-controlelampje. Gaat het SRS-controlelampje uit? JA - Defecte SRS-eenheid; vervang de SRS-eenheid.n NEE - Ga naar 34. |
| 33. | Zet de contactschakelaar UIT. |
| 34. | Maak de hulpdraad tussen de aansluitklemmen nr. 18 en nr. 19 van de U1o- stekker los. |
| 35. | Controleer zekering nr. 15 (10A) in het zekering-/relaiskastje onder het dashboard. Is de zekering in orde? JA - Ga naar 40. NEE - Ga naar 37. |
| 36. | Vervang zekering nr. 15 (10A) in de zekering/relaiskast onder het dashboard. |
| 37. | Maak stekker C1 (A) los van de metereenheid.
|
| 38. | Meet de weerstand tussen aansluiting nr. 19 van de stekker U1o en de carrosseriemassa. De meting moet 1 MW of meer aangeven.
Is de weerstand zoals afgebeeld? JA - Defect circuit van het SRS-controlelampje in het instrumentenpaneel; vervang het instrumentenpaneel.n NEE - Kortsluiting aan massa in dashboardkabelboom; vervang de dashboardkabelboom.n |
| 39. | Maak de C1-stekker (A) los van de metereenheid.
|
| 40. | Meet de weerstand tussen aansluitklem nr. 27 van de C1-stekker en aansluitklem nr. 19 van de U1o-stekker. Er moet 1 W of minder voorhanden zijn.
Is de weerstand zoals afgebeeld? JA - Defect circuit van het SRS-controlelampje in het instrumentenpaneel of slecht contact aan de C1-stekker; controleer de verbinding. Als de verbinding in orde is, vervangt u het instrumentenpaneel.n NEE - Draadbreuk in dashboardkabelboom; vervang dashboardkabel boom.n |
| 41. | Maak de U1o-stekker (A) los van de SRS-eenheid.
|
| 42. | Sluit de Honda PGM-tester (A) aan op de 16-pins datalinkstekker (DLC) (B) en volg de instructies van de tester in het "SCS"-menu.
|
| 43. | Meet de weerstand tussen aansluiting nr. 26 van de stekker U1o en de carrosseriemassa. De weerstand moet 0-1,0W bedragen.
Is de weerstand zoals afgebeeld? NEE - Draadbreuk in de SCS-lijn tussen aansluitklem nr. 26 van de U1o-stekker en aansluitklem nr. 9 (BRN draad) van de datalinkstekker (DLC) (16-pins) of draadbreuk tussen aansluitklem nr. 4 van de datalinkstekker (DLC) (16-pins) en carrosseriemassa. Repareer de draden met breuk.n |