| DTC 15-2: | Defect circuit uitschakelcontrolelampje zijairbag |
| 1. | Wis het DTC-geheugen. |
| 2. | Zet de contactschakelaar AAN (II) en controleer of het SRS-controlelampje ongeveer 6 seconden brandt en dan weer uit gaat. Blijft het SRS-controlelampje aan? JA - Ga naar 3. NEE - Periodiek optredende storing, systeem is op dit moment in orde. Ga naar Storingzoeken Periodieke storingen. |
| 3. | Zet de contactschakelaar UIT. Zorg dat er niets op de voorpassagiersstoel ligt. |
| 4. | Zet de contactschakelaar AAN (II), en controleer of het uitschakelcontrolelampje zijairbag aan gaat. Gaat het uitschakelcontrolelampje zijairbag aan? JA - Ga naar 5. NEE - Ga naar 6. |
| 5. | Zorg dat het uitschakelcontrolelampje zijairbag 5 seconden aan gaat en vervolgens weer uit gaat. Gaat het uitschakelcontrolelampje zijairbag uit? JA - Defecte OPDS-eenheid of SRS-eenheid; vervang de OPDS-eenheid. Als het probleem niet is opgelost, vervang dan de SRS-eenheid.n NEE - Ga naar 35. |
| 6. | Zet de contactschakelaar UIT. |
| 7. | Controleer zekering nr. 15 (10A) in het zekering-/relaiskastje onder het dashboard. Is de zekering in orde? JA - Ga naar 8. NEE - Repareer de kortsluiting met massa in zekeringcircuit nr. 15 (10 A).n |
| 8. | Maak de O1o-stekker (A) los van de OPDS-eenheid (B).
|
| 9. | Zet de contactschakelaar AAN (II). |
| 10. | Meet vervolgens de spanning tussen aansluitklem nr. 3 van de O1o-stekker en carrosseriemassa. Er moet accuspanning zijn.
Is er accuspanning? JA - Ga naar 11. NEE - Ga naar 23. |
| 11. | Zet de contactschakelaar UIT. |
| 12. | Maak de F3o-stekker (A) los van de zekering/relaiskast onder het dashboard (B).
|
| 13. | Zet de contactschakelaar AAN (II). |
| 14. | Meet vervolgens de spanning tussen aansluitklem nr. 3 van de O1o-stekker en carrosseriemassa. Er moet 0,5 V of minder voorhanden zijn.
Is de spanning zoals afgebeeld? JA - Defecte OPDS-eenheid; vervang de OPDS-eenheid.n NEE - Ga naar 15. |
| 15. | Zet de contactschakelaar UIT. |
| 16. | Maak de C1-stekker (A) los van de metereenheid.
|
| 17. | Zet de contactschakelaar AAN (II). |
| 18. | Meet vervolgens de spanning tussen aansluitklem nr. 3 van de O1o-stekker en carrosseriemassa. Er moet 0,5 V of minder voorhanden zijn.
Is de spanning zoals afgebeeld? JA - Kortsluiting met voeding in de metereenheid; vervang de metereenheid.n NEE - Ga naar 19. |
| 19. | Zet de contactschakelaar UIT. |
| 20. | Maak de C4-stekker (A) los van de C3- stekker (B).
|
| 21. | Zet de contactschakelaar AAN (II). |
| 22. | Meet vervolgens de spanning tussen aansluitklem nr. 3 van de O1o-stekker en carrosseriemassa. Er moet 0,5 V of minder voorhanden zijn.
Is de spanning zoals afgebeeld? JA - Kortsluiting aan voeding in dashboardkabelboom; vervang de dashboardkabel boom.n. NEE - Kortsluiting met voeding in vloerkabelboom of in de kabelboom van de OPDS-eenheid; als de kabelboom van de OPDS-eenheid in orde is, vervangt u de vloerkabelboom.n |
| 23. | Zet de contactschakelaar UIT. |
| 24. | Test aansluitklem Nr. 25 van de C1-stekker met de terugtestpen. Maak de C1-stekker niet los van de metereenheid. |
| 25. | Zet de contactschakelaar AAN (II). |
| 26. | Meet de spanning tussen aansluitklem nr. 25 van de C1-stekker en carrosseriemassa. Er moet accuspanning zijn.
Is er accuspanning? JA - Ga naar 27. NEE - Ga naar 31. |
| 27. | Zet de contactschakelaar UIT. |
| 28. | Maak de C4-stekker (A) los van de C3- stekker (B).
|
| 29. | Zet de contactschakelaar AAN (II). |
| 30. | Meet vervolgens de spanning tussen aansluitklem nr. 3 van de C3-stekker en carrosseriemassa. Er moet accuspanning zijn.
Is er accuspanning? JA - Slecht contact aan de C4- en C3-stekkers of een draadbreuk in de vloerkabelboom of in de kabelboom van de OPDS-eenheid Controleer de aansluiting tussen de stekkers C4 en C3; als de verbinding in orde is, de defecte kabelboom vervangen.n NEE - Slecht contact aan de metereenheidstekker B (18P) of een draadbreuk in de dashboardkabelboom. Controleer de stekker C2; als de aansluitingen in orde zijn, vervang dan de dashboardkabelboom.n |
| 31. | Zet de contactschakelaar UIT. |
| 32. | Maak de C2-stekker (A) los van de metereenheid.
|
| 33. | Zet de contactschakelaar AAN (II). |
| 34. | Meet de spanning tussen aansluitklem nr. 2 van de C2-stekker en carrosseriemassa. Er moet accuspanning zijn.
Is er accuspanning? JA - Defect circuit uitschakelcontrolelampje zijairbag; vervang de metereenheid.n NEE - Draadbreuk in dashboardkabelboom; vervang dashboardkabelboom.n |
| 35. | Zet de contactschakelaar UIT. |
| 36. | Maak de O1o-stekker (A) los van de OPDS-eenheid (B).
|
| 37. | Zet de contactschakelaar AAN (II). Gaat het uitschakelcontrolelampje zijairbag aan? JA - Ga naar 38. NEE - Defecte OPDS-eenheid; vervang de OPDS-eenheid.n |
| 38. | Zet de contactschakelaar UIT. |
| 39. | Maak de C1-stekker (A) los van de metereenheid.
|
| 40. | Controleer de weerstand tussen klem nr. 25 van de stekker C1 en carrosseriemassa. De weerstand moet 1 MW of meer bedragen.
Is de weerstand zoals afgebeeld? JA - Kortsluiting aan massa in het circuit uitschakelcontrolelampje zijairbag; vervang de metereenheid.n NEE - Kortsluiting aan massa in de dashboardkabelboom A, vloerkabelboom of kabelboom van de OPDS-eenheid; vervang de defecte kabelboom.n |