Benodigd speciaal gereedschap
Vacuümmeter ( 07404-5790301)
| 1. | Monteer de onderdrukmeter (A) tussen de rembekrachtiger en de afsluitklep.
|
| 2. | Start de motor, regel het toerental met het gaspedaal zodat de onderdrukmeter een waarde 40,0-66,7 kPa (300-500 mmHg) aangeeft en zet vervolgens de motor af. |
| 3. | Lees de onderdrukmeter af. Als de onderdrukwaarde na 30 seconden 2,7 kPa (20 mm Hg) of meer afneemt, de volgende onderdelen controleren op lekkage.
OPMERKING: Niet proberen de rembekrachtiger te demonteren. Vervang de rembekrachtiger in zijn geheel door een nieuwe. |
| 1. | Monteer de onderdrukmeter op dezelfde wijze als bij de lektest. |
| 2. | Sluit de oliedrukmeters (A) op de afgebeelde wijze aan op de hoofdcilinder met de hulpstukken (speciaal gereedschap) |
| 3. | Door de kleppen (B) ontluchten.
|
| 4. | Start de motor en laat hem stationair draaien. |
| 5. | Laat een medewerker het rempedaal intrappen met 98N (10 kgf) en 294 N (30 kgf) druk gemeten met een in de handel verkrijgbare drukmeter (A).
|
| 6. | De volgende drukwaarden moeten bij elk vacuüm op de drukmeters in acht worden genomen.
|
| 7. | Inspecteer de hoofdcilinder op lekkage als de waarden niet binnen de bovenstaande limieten vallen. |
| 1. | De onderdrukslang van de rembekrachtiger losmaken (afsluitklep ingebouwd) (A) aan de kant van de rembekrachtiger.
|
| 2. | Start de motor en laat deze stationair draaien. Er moet onderdruk aanwezig zijn. Als er geen onderdruk is, werkt de afsluitklep niet naar behoren. Vervang de onderdrukslang en afsluitklep van de rembekrachtiger en test opnieuw. |