Ingangtest van A/T schakelstand controlelampje - met 7-speed modus

1.Als het [D] controlelampje of het MIL aan is gegaan, controleer op een DTC, en repareer het systeem zoals door de DTC word aangeven.

2.Als de [D] indicator, A/T versnellingsstand indicator, en [M] indicator niet aan gaan, of als de schakelindicator niet correct werkt, de instrumenteneenheid uit het dashboard verwijderen en vervolgens de stekkers van de instrumenteneenheid A (20-pins) en B (14-pins) losmaken.

3.Inspecteer de stekkers en stekkeraansluitingen om er zeker van te zijn dat ze goed contact maken.

4.Indien nodig de uiteinden repareren als deze verbogen, los of geroest zijn, en controleer het systeem opnieuw.

5.Schakel naar de [P] stand, en controleer op doorverbinding tussen de B14 aansluiting (BLU/BLK) en de massa. Er moet doorverbinding in de [P] stand zijn en geen doorverbinding in elke andere stand van de schakelhendel. Als de testresultaten afwijken, controleren op een defecte transmissiebereikschakelaar of een draadbreuk.

 

6.Zet de contactschakelaar AAN (II), en schakel naar de [R] stand met het rempedaal ingedrukt. Controleer op spanning tussen de B13 aansluiting (WHT) en de massa. In de [R] stand moet er 0 V zijn en ongeveer 10 V in elke andere stand. Als de testresultaten afwijken, controleren op een defecte transmissiebereikschakelaar of een draadbreuk.

7.Schakel naar de [N] stand, en controleer op doorverbinding tussen de B12 aansluiting (RED/BLK) en massa. Er moet doorverbinding zijn in de [N] stand, en geen doorverbinding in elke andere stand. Als de testresultaten afwijken, controleren op een defecte transmissiebereikschakelaar of een draadbreuk.

8.Schakel naar de [D] stand, en controleer op spanning tussen de B9 aansluiting (PNK) en massa. Er zou accuspanning in de [D] stand, en 0 V in elke andere stand moeten zijn. Als de testresultaten afwijken, controleren een defecte transmissiebereikschakelaar en PCM, of een draadbreuk.

9.Schakel naar de [S] stand, en controleer op spanning tussen de B8 aansluiting (BLU/WHT) en massa. Er moet accuspanning zijn in de [S] stand, en 0 V in elke andere stand. Als de testresultaten afwijken, controleren op een defecte transmissiebereikschakelaar en PCM, of een draadbreuk.

10.Schakel naar de [L] stand, en controleer op spanning tussen de B10 aansluiting (BLU) en massa. In de [L] stand moet er 0 V zijn en ongeveer 10 V in elke andere stand. Als de testresultaten afwijken, controleren op een defecte transmissiebereikschakelaar of een draadbreuk.

11.Schakel in de [D] of [S] stand. Druk de hoofdschakelaar (7SPEED MODE) (A) in, druk vervolgens op de plus (+) en min (-) schakelaars (B) van de stuurschakeling.

 

12.Controleer op spanning tussen de B11 aansluiting (BRN/WHT) en de massa. In de 7-speed handmatige schakeling modus moet er accuspanning zijn en 0 V buiten de 7-speed handmatige schakeling modus. Als de testresultaten afwijken, controleren op een defecte hoofdschakelaar (7SPEED MODE)/stuurschakeling schakelaar en PCM, of een draadbreuk.

 

13.Controleer op spanning tussen de A2 aansluiting (YEL) en massa. Er moet accuspanning zijn. Als het testresultaat afwijkt, controleren op een doorgebrande nr. 16 (7,5A) zekering in de zekeringen-/relaiskast onder het dashboard of op een draadbreuk.

 

14.Controleer op doorverbinding tussen de A9 aansluiting (BLK) en massa. Er moet onder alle omstandigheden doorverbinding zijn. Als de testresultaten afwijken, controleren op slechte massa (G501) of een draadbreuk.

15.Zet de contactschakelaar UIT.

16.Stekkers A (20-pins) en B (14-pins) van de instrumenteneenheid aansluiten.

17.Start de motor en schakel in de [D] of [S] stand. Druk de hoofdschakelaar (7SPEED MODE) in, druk vervolgens op de plus (+) schakelaar van de stuurschakeling. De schakelindicator geeft een 1 aan met het schakelcontrolelampje.

18.Controleer op LED A spanning tussen B5 aansluiting en massa en controleer op LED B spanning tussen B4 en massa. Er moet ongeveer 5 V zijn.
Controleer op LED C spanning tussen B3 aansluiting en massa. Er moet ongeveer 0,3 V zijn.

 

19.Als een ingangssignaaltest in orde blijkt te zijn, maar het controlelampje defect is, de instrumenteneenheid vervangen.