Onderhoudsschema voor zware rijomstandigheden -modellen voor Australië en Nieuw-Zeeland

Volg het onderhoudsschema voor zware rijomstandigheden wanneer de wagen van de klant VOORNAMELIJK onder een of meer van de volgende omstandigheden wordt gebruikt:
  • Ritten van minder dan 8 km per rit, of in vrieskou minder dan 16 km per rit.
  • Ritten in extreme hitte (meer dan 35 °C).
  • Langdurig stationair draaien of rijden in fileverkeer.
  • Rijden met aanhangwagen, imperiaal of rijden in bergachtig gebied.
  • Rijden op modderige, stoffige of gestrooide wegen.
 


Als het voertuig van de klant SLECHTS EEN ENKELE KEER onder zware rijomstandigheden wordt gebruikt, houd dan het onderhoudsschema voor normale rijomstandigheden aan.

Onderhoud na de aangegeven afstand of uiterlijk na het verstrijken van het aangegeven aantal maanden. km x 1.000 20 40 60 80 100 120 140 160 180 200 
miles x 1.000 12 24 36 48 60 72 84 96 108 120 
maanden 12 24 36 48 60 72 84 96 108 120 
Ververs motorolie Elke 5.000 km of 6 maanden 
Vervang motoroliefilter Elke 10.000 km of 6 maanden 
Vervang het luchtfilterelement
  • Gebruik het onderhoudsschema voor normale rijomstandigheden behalve onder stoffige omstandigheden.
 
l l l l l l l l l l 
Klepspeling inspecteren   l   l   l   l   l 
Vervang brandstoffilter   l   l   l   l   l 
Vervang bougies   l   l   l   l   l 
Aandrijfriemen inspecteren en afstellen   l   l   l   l   l 
Controleer het stationair toerental         l         l 
Motorkoelvloeistof vervangen Na 200.000 km of 10 jaar, daarna elke 100.000 km of 5 jaar vervangen 
Ververs transmissievloeistof voor handgeschakelde transmissie     l     l     l   
Vervang CVT-vloeistof       l     l     l 
Voor- en achterremmen inspecteren Elke 10.000 km of 6 maanden 
Remvloeistof vervangen Elke 3 jaar 
Parkeerremafstelling controleren l l   l   l   l   l 
Koplampafstelling controleren l l l l l l l l l l 
Testrit (geluiden, stabiliteit, werking bedieningselementen)
  • Controleer de koersstabiliteit, lawaai, trilling en werking bedieningselementen.
 
l l l l l l l l l l 
Rouleer de banden
  • (Controleer bandenspanning en toestand minstens een keer per maand)
 
Elke 10.000 km 

Onderhoud na de aangegeven afstand of uiterlijk na het verstrijken van het aangegeven aantal maanden. km x 1.000 20 40 60 80 100 120 140 160 180 200 
miles x 1.000 12 24 36 48 60 72 84 96 108 120 
maanden 12 24 36 48 60 72 84 96 108 120 
Voer een visuele inspectie uit op de volgende onderdelen:
  • Controleer onderdelen op juiste montage en stand, barsten, slijtage, roest en lekkage.
  • Controleer of schroeven, moeren en verbindingen stevig vastzitten. Indien nodig opnieuw vastzetten.
 
Trekstanguiteinden, stuurhuis en stofrubbers Elke 10.000 km of 6 maanden 
Onderdelen van de ophanging
  • Controleer of de bouten goed zijn aangedraaid.
  • Controleer alle stofhulzen op slijtage en beschadiging.
 
Stofrubbers aandrijfas 
Remslangen en leidingen (inclusief ABS) l l l l l l l l l l 
Elk vloeistofpeil en toestand van vloeistof 
Uitlaatsysteem 
Brandstofleidingen en aansluitingen